ECLI:NL:RVS:2019:4091
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering registratie Guinese geboortegegevens in basisregistratie personen
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Tilburg om registratie van haar geboortegegevens en brondocumenten in de basisregistratie personen (brp) op basis van een Guineese rechterlijke uitspraak, de jugement supplétif van 18 april 2017, en een inschrijvingsbewijs. Het college weigerde deze registratie omdat Bureau Documenten (BD) van de Immigratie- en Naturalisatiedienst had geconcludeerd dat deze documenten niet bevoegd waren opgemaakt en afgegeven.
Appellante betwistte deze conclusie en voerde aan dat BD niet deskundig was op het gebied van Guinees recht en dat de documenten wel degelijk bevoegd waren. De rechtbank oordeelde echter dat het college mocht uitgaan van het deskundigenadvies van BD, dat op basis van Guinese wetgeving stelde dat een geboorte slechts één keer op deze wijze geregistreerd mag worden en dat het hier om een derde registratie ging.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat BD's verklaring van onderzoek inzichtelijk en concludent was. Er was geen aanleiding om aan te nemen dat BD een onjuiste uitleg van het Guineese recht had gegeven. Het hoger beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering tot registratie van de geboortegegevens bevestigd.