ECLI:NL:RBMNE:2021:5092
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ambtshalve toepassing vrijlating medisch urenbeperkt bij herziening aanvullende bijstand
Eiseres ontving vanaf september 2017 een aanvullende bijstandsuitkering naast haar loon, terwijl zij volledig arbeidsongeschikt was en loondoorbetaling ontving. Verweerder herzag het recht op bijstand vanwege niet eerder verrekende inkomsten, waaronder een nabetaling van haar werkgever en gages van haar ex-partner. Eiseres stelde dat de vrijlating medisch urenbeperkt ten onrechte niet was toegepast op zowel de reeds verrekende als de nieuw verrekende inkomsten.
De rechtbank oordeelde dat de bezwaren met betrekking tot de reeds verrekende inkomsten buiten de procedure vallen, omdat deze verrekening niet in het bestreden besluit is herzien. Voor de nieuw verrekende inkomsten stelde de rechtbank vast dat eiseres geen aanvraag had ingediend om haar medische urenbeperking vast te stellen en dat verweerder niet verplicht was dit ambtshalve te doen. Ook was verweerder niet verplicht eiseres actief te informeren over de vrijlating.
De rechtbank concludeerde dat de uitkomst niet fundamenteel onterecht is, mede omdat eiseres een sociaal minimum ontving en de mogelijke vrijlating slechts een beperkt bedrag zou betreffen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot herziening van de aanvullende bijstand wordt ongegrond verklaard.