Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 september 2021 in de zaak tussen
Maatschappelijke Dienstverlening Flevolandte [woonplaats] , eiser
Rechtbank Midden-Nederland
De heffingsambtenaar van de gemeente Lelystad stelde de WOZ-waarde van een appartement aan een adres vast op €127.000,- voor het belastingjaar 2020 met waardepeildatum 1 januari 2019. Eiser, eigenaar van de woning, betwistte deze waarde en stelde een lagere waarde van €112.000,- voor.
De rechtbank oordeelt dat verweerder met een taxatiematrix, waarin de woning is vergeleken met referentiewoningen van hetzelfde type, voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is. Verweerder mocht referentiewoningen gebruiken die binnen een jaar voor en na de waardepeildatum zijn verkocht, waaronder een woning die op 16 december 2019 werd verkocht.
Eisers argumenten dat de voorzieningen in zijn woning slechter zijn dan die van de referentiewoningen en dat andere referentieobjecten een lagere waarde ondersteunen, worden verworpen. De taxatiematrix houdt rekening met de eenvoudige en gedateerde staat van de voorzieningen, en verweerder mag referentiewoningen kiezen met de hoogste verkoopprijzen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van het appartement wordt ongegrond verklaard.