ECLI:NL:RBMNE:2021:5107
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen dwangsombesluit wegens niet tijdig beslissen op aanvraag inkomenstoeslag
Eiseres stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een individuele inkomenstoeslag. Verweerder stelde dat op 4 maart 2019 een besluit was genomen en dat hiermee tijdig was beslist, ondersteund door een dwangsombesluit dat stelde dat geen dwangsom verschuldigd was. Eiseres betwistte de ontvangst van het besluit en stelde dat het besluit nooit was gegeven.
De rechtbank stelde vast dat verweerder geen deugdelijke verzendadministratie kon overleggen en daarmee niet aannemelijk had gemaakt dat het besluit op juiste wijze was bekendgemaakt. Hierdoor werd het besluit niet als 'gegeven' beschouwd volgens de Awb. De rechtbank stelde vast dat het besluit pas op 23 augustus 2019 door de rechtbank aan eiseres was toegezonden, waardoor het besluit op die datum alsnog bekend werd.
De rechtbank bepaalde dat de ingebrekestelling van eiseres op 23 juli 2019 was ontvangen, waardoor de dwangsom vanaf 7 augustus 2019 verschuldigd werd. De periode van dwangsom liep tot en met 22 augustus 2019, omdat op 23 augustus 2019 het besluit werd gegeven. De dwangsom werd vastgesteld op €392,-. Het dwangsombesluit van verweerder werd vernietigd en de uitspraak trad in de plaats daarvan.
De rechtbank wees het verzoek om griffierechtvrijstelling toe en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter J.G. Nicholson op 7 september 2021.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het dwangsombesluit wordt vernietigd en de dwangsom wordt vastgesteld op €392,-.