ECLI:NL:RBMNE:2021:515
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen werknemer door niet nakomen re-integratieverplichtingen
De werknemer was sinds 2017 in dienst bij de werkgever en nam vakantieverlof op van 16 december 2019 tot 17 januari 2020 naar Sierra Leone. Tijdens die periode meldde hij via WhatsApp ziek te zijn met lassa koorts en werd hij opgenomen in ziekenhuizen in Sierra Leone. Na zijn vakantie verscheen hij niet op het werk en reageerde niet op herhaalde pogingen van de werkgever en arbodienst om contact te krijgen.
De werkgever stuurde meerdere aangetekende brieven en e-mails waarin de werknemer werd opgeroepen voor contact en medische spreekuren, waarop hij niet verscheen. De arbodienst en UWV concludeerden dat de werknemer onvoldoende meewerkte aan zijn re-integratie. De werknemer stuurde slechts één e-mail aan de arbodienst waarin hij om salaris vroeg voor een vliegticket, maar gaf geen gehoor aan de werkgever.
De kantonrechter stelde vast dat de werknemer behoorlijk was opgeroepen, ook via een exploot en publicatie in de Staatscourant, maar niet verscheen. De arbeidsovereenkomst kon worden ontbonden op grond van artikel 7:669 lid 3 sub e BW Pro wegens ernstig verwijtbaar handelen door het niet nakomen van re-integratieverplichtingen. Herplaatsing was niet in de rede. De transitievergoeding werd geweigerd vanwege ernstige verwijtbaarheid. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer, zonder recht op transitievergoeding.