ECLI:NL:RBMNE:2021:5380

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 juni 2021
Publicatiedatum
5 november 2021
Zaaknummer
20/4605
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens nieuwe informatie

Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van het College Burgemeester en wethouders van Lelystad inzake leerlingenvervoer. Verweerder heeft het primaire besluit ingetrokken en een nieuw besluit genomen waarin alsnog een vergoeding voor leerlingenvervoer werd toegekend op basis van nieuwe informatie die na de bezwaarfase was verkregen.

Omdat het beroep werd ingetrokken na dit nieuwe besluit, verzochten verzoekers om vergoeding van proceskosten. De rechtbank oordeelt dat van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb alleen sprake is wanneer het bestuursorgaan erkent dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was. Hier was sprake van een besluit op basis van nieuwe feiten en omstandigheden, waardoor het oorspronkelijke besluit niet onrechtmatig was.

De rechtbank concludeert dat verweerder niet gehouden is de proceskosten te vergoeden en wijst het verzoek af. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg op 23 juni 2021 en is zonder zitting gedaan.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het bestuursorgaan het besluit introk op basis van nieuwe informatie en niet wegens onrechtmatigheid.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/4605

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2021 in de zaak tussen

[verzoeker 1] en [verzoeker 2], te [woonplaats], verzoekers,

(gemachtigde: mr. F.K. de Jong – van Wijk),
en

College Burgemeester en wethouders gemeente Lelystad, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekers om vergoeding van de proceskosten.
Verweerder heeft op 27 mei 2021 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om een proceskostenveroordeling.
2. Verweerder heeft op 29 juni 2020 een primair besluit en op 11 november 2020 een beslissing op bezwaar genomen. Verzoekers zijn tegen de beslissing op bezwaar in beroep gegaan
.Op 12 mei 2021 heeft verweerder verzoekers medegedeeld dat hij terugkomt op het besluit van 29 juni 2020. Verweerder trekt dit primaire besluit in en neemt een nieuw besluit waarin hij verzoekers tegemoet komt door – kort samengevat – alsnog een vergoeding voor leerlingenvervoer toe te kennen voor de periode van 17 augustus 2020 tot en met 9 juli 2021. Verzoekers hebben daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor de proceskosten.
3. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen. In geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen, kan ingevolge artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten worden veroordeeld.
4. Van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb is alleen sprake is als het bestuursorgaan zijn standpunt zodanig heeft herzien dat daarmee eigenlijk wordt erkend dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was. Er is geen sprake van tegemoetkomen als een besluit wordt ingetrokken vanwege nieuwe feiten en omstandigheden of vanwege nadien verkregen informatie. [1]
5. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat verweerder het nieuwe besluit van 12 mei 2021 heeft genomen omdat er nieuwe informatie was opgekomen die er in de bezwaarfase nog niet was. Na de bezwaarfase is volgens partijen door een verklaring van het Samenwerkingsverband immers duidelijk geworden dat het voor verzoekers niet mogelijk was om een Ontwikkelingsperspectiefplan te verstrekken. Doordat die verklaring niet al bij de aanvraag of in bezwaar was overgelegd, voldeden verzoekers niet aan de voorwaarden voor het recht op bekostiging van het leerlingenvervoer, zoals is bepaald in de Verordening leerlingenvervoer gemeente Lelystad 2020. Deze nieuwe informatie van na de beslissing op bezwaar is voor verweerder aanleiding geweest om alsnog een vergoeding voor het leerlingenvervoer toe te kennen aan verzoekers. Er is daarom geen sprake van tegemoetkomen aan het beroep van verzoekers zoals bedoeld in artikel 8:75a van de Awb. Dit betekent ook dat de beslissing op bezwaar niet onrechtmatig was. Daarom hoeft verweerder de proceskosten van verzoekers niet te betalen.
7. De rechtbank wijst het verzoek af.

Beslissing

De rechtbank:
-wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Schierbeek, griffier
.De beslissing is uitgesproken op 23 juni 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 18 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1816 en van 8 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1487. Te raadplegen op www.rechtspraak.nl.