Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 november 2021 in de zaak tussen
[eiseres] gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
[werkneemster]uit [woonplaats] (werkneemster).
Rechtbank Midden-Nederland
De werkneemster had vanaf 2015 een vaste aanstelling van 32 uur per week bij eiseres en vanaf 16 september 2017 een tijdelijke extra aanstelling van 8 uur per week, beide bij dezelfde werkgever. Na ziekmelding in februari 2018 ontving zij een Ziektewetuitkering voor de 8 uur tijdelijke aanstelling, waarvoor eiseres als eigenrisicodrager verantwoordelijk was.
Het UWV legde aan eiseres een loonsanctie op wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat er sprake was van twee dienstbetrekkingen en dat de loonsanctie onterecht was omdat zij ook als eigenrisicodrager verantwoordelijk was. Volgens eiseres had het UWV de re-integratie-inspanningen in beide hoedanigheden apart moeten beoordelen.
De rechtbank oordeelde dat er slechts één arbeidsverhouding bestond, ondanks de twee dienstbetrekkingen, omdat de arbeid, arbeidsvoorwaarden en beloning hetzelfde waren. Het optreden van eiseres als eigenrisicodrager veranderde hier niets aan. De Werkwijzer Poortwachter, die spreekt over meerdere werkgevers, was daarom niet van toepassing. Het UWV had de re-integratie-inspanningen over het totaal beoordeeld. De loonsanctie bleef daarom in stand en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de loonsanctie wordt ongegrond verklaard omdat sprake is van één arbeidsverhouding ondanks twee dienstbetrekkingen.