ECLI:NL:RBMNE:2021:5468
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijzondere bijstand kosten bewindvoering onterecht wegens onjuiste draagkrachtberekening
Eiseres ontving bijzondere bijstand voor kosten van bewindvoering, welke door verweerder werd stopgezet met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2019. Verweerder paste de kostendelersnorm toe omdat de vader van eiseres op hetzelfde adres woonde en stelde de draagkracht van eiseres vast op basis van haar volledige inkomen, zonder rekening te houden met haar Wsnp-traject waarbij zij slechts over 90% van de bijstandsnorm beschikte en het meerdere moest afdragen aan de boedelrekening.
De rechtbank oordeelt dat het besluit tot intrekking van de bijzondere bijstand gebreken vertoont, waaronder het ontbreken van een wettelijke grondslag voor terugvordering over de periode 1 mei 2018 tot 1 juli 2019 en het ontbreken van een juiste berekening van de draagkracht. Tevens is niet duidelijk of de bijdrage van de vader van eiseres terecht is meegenomen in de draagkracht, aangezien deze werd gebruikt voor aflossing van schulden binnen het Wsnp-traject.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarin deze gebreken worden hersteld. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van bijzondere bijstand wordt vernietigd.