Eiser heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de aanschaf van een bed, bankstel en fornuis omdat zijn huidige meubels versleten zijn. Verweerder wees de aanvraag af omdat deze kosten als algemeen gebruikelijke kosten van het bestaan worden beschouwd, die voorzienbaar zijn en uit het inkomen betaald moeten worden.
Eiser stelde dat bijzondere omstandigheden aanwezig zijn vanwege een afgerond schuldsaneringstraject en een betalingsachterstand voor de zorgpremie, waardoor sparen niet mogelijk was. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep die stelt dat bijzondere bijstand alleen wordt toegekend als kosten noodzakelijk zijn en voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat de vervanging van meubels reguliere, voorzienbare kosten zijn en dat het ontbreken van reserveringsruimte door schulden geen bijzondere omstandigheid vormt. Ook het verzoek om bijzondere bijstand in de vorm van een lening wordt afgewezen omdat eerst recht op bijzondere bijstand moet bestaan.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter C. Karman op 12 november 2021.