ECLI:NL:RBMNE:2021:5521
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur indienen bij niet-volledig volgelopen dwangsom
Eiser had een last onder dwangsom opgelegd gekregen aan de eigenaar van een pand vanwege een verzoek om handhaving. Na meerdere verlengingen en bezwaarprocedures stelde eiser het college van burgemeester en wethouders van Utrecht in gebreke vanwege het uitblijven van een beslissing op bezwaar. De rechtbank had eerder het college opgedragen binnen twee weken een beslissing te nemen onder dreiging van een dwangsom.
Omdat het college niet tijdig besliste, stelde eiser opnieuw beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Dit beroep werd behandeld samen met meerdere andere zaken. Het college stelde dat het beroep prematuur was omdat de dwangsom uit de eerdere uitspraak nog niet volledig was volgelopen.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was omdat het instellen van het beroep voordat de dwangsom volledig was volgelopen, eiser geen betere positie opleverde. De rechtbank volgde hierbij de beleidslijn van het Landelijk Overleg Vakinhoud Bestuursrecht uit 2020, gericht op rechtseenheid. Een eerdere uitspraak van de rechtbank Den Haag die eiser aanvoerde, leidde niet tot een ander oordeel omdat daar sprake was van nieuwe feiten, wat hier ontbrak.
De rechtbank wees het beroep af zonder proceskostenveroordeling en maakte de uitspraak openbaar. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard omdat het is ingediend voordat de dwangsom volledig was volgelopen.