Eiser heeft sinds 2017 een langdurig juridisch geschil met het college van burgemeester en wethouders van Utrecht over bouwkundige problemen en handhavingsverzoeken tegen zijn buurman. Het college heeft op veel bezwaren niet tijdig beslist, ondanks eerdere rechterlijke uitspraken en dwangsommen. Hierdoor zijn aanzienlijke dwangsommen verbeurd, maar dit heeft het college niet tot beslissingen gebracht.
De rechtbank heeft de zaak verwezen naar een meervoudige kamer en een zitting gehouden waarbij de verantwoordelijk wethouder verplicht aanwezig was. Het college erkent fouten in dossierbeheer en presenteert een plan van aanpak om de achterstanden weg te werken. Eiser wil dat dwangsommen blijven doorlopen om druk te houden, terwijl het college wil dat deze worden opgeschort om beslissingen met hoorzittingen mogelijk te maken.
De rechtbank oordeelt dat een langere beslistermijn nodig is om aan de wettelijke hoorvereisten te voldoen en stelt de termijn vast op 28 september 2022. Er worden voorlopig geen dwangsommen opgelegd om te voorkomen dat gemeenschapsgeld wordt verspild zonder dat dit tot beslissingen leidt. De rechtbank behoudt zich regie over het proces voor en zal bij overschrijding van de termijn opnieuw beoordelen welke maatregelen nodig zijn.
Daarnaast wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming en een evenwichtige aanpak bij langdurige bestuursrechtelijke procedures.