ECLI:NL:RVS:2022:1685
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet-tijdig besluit college Utrecht en oplegging dwangsom
Deze zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn beroep door de rechtbank Midden-Nederland inzake het uitblijven van een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht op zijn bezwaar tegen de verlenging van een begunstigingstermijn van een last onder dwangsom.
De rechtbank had het eerste beroep gegrond verklaard en het college opgedragen binnen twee weken een besluit te nemen, met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding. Het tweede beroep werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard vanwege een beleidslijn die stelt dat opvolgende beroepen niet leiden tot een gunstigere positie zolang de dwangsom nog loopt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de beleidslijn toepaste, die alleen geldt in het vreemdelingenrecht, en dat procesbelang blijft bestaan zolang het besluit uitblijft. Daarom wordt de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het college opgedragen binnen zes weken alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500 opgelegd voor niet-naleving.
Daarnaast worden de proceskosten deels toegekend aan appellant en het griffierecht vergoed. De Afdeling benadrukt het belang van tijdige besluitvorming en het waarborgen van rechtsbescherming.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en het college opgedragen binnen zes weken een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.