Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 november 2021 in de zaak tussen
[eiseres], te [woonplaats], eiseres
de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Formulieren ”Verzoek tot toevoegen uren”. De rechtbank stelt vast dat eiseres enkel een niet-ingevuld formulier met als titel “Verzoek tot toevoegen uren” heeft overgelegd. Dit is het formulier dat wordt aangeduid als bijklokformulier. Op grond van de vordering had het voor eiseres duidelijk moeten zijn dat zij voor alle 30 werknemers de ingevulde bijklokformulieren had moeten overleggen. Eiseres heeft toegelicht dat de werkwijze was dat de tijd die werd besteed aan individuele coaching van werknemers door de werknemer zelf op een bijklokformulier werd ingevuld, waarmee de werknemer kon verzoeken om uitbetaling van deze tijd. In het licht van die werkwijze lag het op de weg van eiseres om de bijklokformulieren over te leggen. Zonder die bijklokformulieren is immers niet vast te stellen hoeveel uren de werknemers daadwerkelijk hebben gewerkt. Nu eiseres dat niet heeft gedaan is al sprake van een overtreding van artikel 18b, tweede lid, onder c van de Wml.
Beslissing inzake UTR 21/1909
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit I voor zover het de hoogte van de boete betreft;
- herroept het primaire besluit I voor zover het de hoogte van de boete betreft;
- stelt de bestuurlijke boete vast op € 180.000,-;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres van € 2.030,-;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 360,- aan eiseres te vergoeden.