ECLI:NL:RVS:2018:403
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- G.T.J.M. Jurgens
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit boete Wet minimumloon wegens niet verstrekken bescheiden
De minister legde op 5 juli 2013 een boete van €301.500 op aan [appellant sub 1] wegens het niet tijdig verstrekken van bescheiden over loon, vakantiebijslag en gewerkte uren van 45 werknemers, in strijd met artikel 18b, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wmm).
Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd het beroep gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Zowel [appellant sub 1] als de minister stelden hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de Wmm van toepassing is op de dienstbetrekkingen, ook als het arbeidsrecht van een ander land geldt, en dat de minister terecht een boete oplegde omdat niet alle gevraagde bescheiden werden verstrekt.
De Afdeling stelt vast dat de rechtbank ten onrechte nagelaten heeft het besluit van 17 maart 2015 te vernietigen en vernietigt daarom dit besluit. Het hoger beroep van [appellant sub 1] wordt gegrond verklaard, dat van de minister niet-ontvankelijk. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan [appellant sub 1].
Uitkomst: Het besluit van 17 maart 2015 tot oplegging van een boete van €301.500 wordt vernietigd en het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard.