Eiser had een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), welke door verweerder op 5 februari 2021 werd afgewezen wegens het niet voldoen aan de voorwaarden. Na bezwaar werd dit besluit op 26 juli 2021 gehandhaafd. Eiser stelde beroep in tegen dit bestreden besluit en bracht aanvullende medische informatie in.
De rechtbank heeft het beroep behandeld op 22 november 2021 via een zitting gehouden via Skype. De medische adviezen van de medisch adviseurs van het CIZ, zowel in eerste instantie als in bezwaar en beroep, concludeerden dat eiser geen blijvende noodzaak heeft voor 24-uurs zorg in de nabijheid of permanent toezicht. De aanvullende medische informatie van eiser betrof radiologisch onderzoek van lichamelijke klachten, maar gaf geen nieuw inzicht in de psychische klachten die de zorgvraag bepalen.
De rechtbank oordeelt dat de medische adviezen zorgvuldig zijn opgesteld en dat eiser onvoldoende medisch objectiveerbare onderbouwing heeft geleverd om de afwijzing te weerleggen. De complexiteit van de situatie en de wens van eiser en zijn familie om de huidige zorg voort te zetten kunnen niet leiden tot toegang tot de Wlz zonder medische noodzaak. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.