Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
modus operandiis het dus mogelijk om het bewijs voor de diverse ten laste gelegde strafbare feiten niet apart te beoordelen, maar juist in onderlinge samenhang.
modus operandibeoordeelt zij deze feiten niet apart, maar in onderlinge samenhang. De rechtbank concludeert op grond van het navolgende dat het verdachte is geweest die de feiten onder 4 primair, 5, 6 primair en 9 heeft gepleegd.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
- verdachte heeft een meldplicht bij reclassering;
- verdachte laat zich ambulant behandelen (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname);
- verdachte werkt mee aan een traject richting begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
- verdachte heeft een algeheel verbod op het gebruik van drugs en verleent medewerking aan de controle op dit verbod;
- verdachte heeft een zinvolle dagbesteding, volgt een opleiding of heeft een betaalde baan;
- verdachte werkt mee aan een traject van schuldhulpverlening
- verdachte houdt zich aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft.
9.BENADEELDE PARTIJ
10.BESLAG
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden;
een gedeelte van 24 maanden van de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte hierna te melden algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
een proeftijd van 3 jarenvast;