Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
“Iets vergeten”.
3.Het geschil
4.De beoordeling
“Iets vergeten”. Dat duidt erop dat [achternaam 2] het paard van [achternaam 1] daadwerkelijk buiten heeft gezet.
Rechtbank Midden-Nederland
Werknemer trad in december 2019 in dienst als paardenverzorgster bij een paardenbedrijf en werkte deels voor de dochter van de werkgever. In mei 2021 ontstond een conflict over werktijden en de omgang met het paard van de werknemer. De werkgever zou de werknemer hebben uitgescholden en dreigde het paard los te laten zetten. De werknemer nam daarop ontslag op staande voet.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer terecht gebruik maakte van het ontslag op staande voet wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. De werkgever had zich onprofessioneel gedragen, de werknemer uitgescholden en het paard onveilig buiten gezet. Hierdoor kon van de werknemer niet worden verlangd de arbeidsovereenkomst voort te zetten.
De kantonrechter kende de werknemer de gefixeerde schadevergoeding toe over de periode tot het einde van de arbeidsovereenkomst bij reguliere opzegging, evenals de transitievergoeding. Een billijke vergoeding werd afgewezen omdat de wet dit niet toestaat bij ontslag door de werknemer wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Ook werd een vergoeding voor openstaande vakantiedagen toegewezen. De proceskosten werden aan de zijde van de werknemer toegewezen.
Uitkomst: Ontslag op staande voet werd terecht genomen; werknemer krijgt gefixeerde schadevergoeding, transitievergoeding en vergoeding voor openstaande vakantiedagen toegewezen, billijke vergoeding afgewezen.