ECLI:NL:RBMNE:2021:6073
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen herziening studiefinanciering wegens niet-bewoning BRP-adres
Eiseres ontving studiefinanciering voor uitwonenden, maar verweerder herzag dit besluit nadat controleurs een huisbezoek brachten aan het BRP-adres van eiseres, waar geen persoonlijke spullen van haar werden aangetroffen. Verweerder stelde dat eiseres niet op het adres woonde en herzag de studiefinanciering naar de thuiswonende norm, waarbij een bedrag werd teruggevorderd.
Eiseres voerde aan dat zij wel degelijk op het BRP-adres woonde, dat het huisbezoek niet zorgvuldig was uitgevoerd en dat de controleurs niet bevoegd waren. Zij stelde dat haar broer niet volledig geïnformeerd was en dat essentiële persoonlijke spullen in de badkamer lagen, die niet waren bekeken. De rechtbank oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig was, de broer toestemming gaf en de controleurs zich correct gedroegen.
De rechtbank stelde vast dat de bewijslast voor het niet-wonen op het BRP-adres bij verweerder lag, maar dat eiseres onvoldoende tegenbewijs leverde. Haar verklaringen waren niet voldoende om het wettelijk vermoeden van niet-bewoning te weerleggen. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de studiefinanciering had herzien en het teveel betaalde bedrag mocht terugvorderen.
Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van de studiefinanciering wegens niet-bewoning van het BRP-adres wordt ongegrond verklaard.