ECLI:NL:CRVB:2020:1848
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit herziening studiefinanciering wegens niet-wonen op BRP-adres
Appellante stond ingeschreven op een BRP-adres en ontving studiefinanciering als uitwonende student. Na een huisbezoek van controleurs werd geconcludeerd dat zij niet op dat adres woonde, waarna de minister de studiefinanciering herzag en terugvordering instelde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante onvoldoende bewijs leverde van feitelijke bewoning. Appellante voerde in hoger beroep aan dat persoonlijke spullen waren aangetroffen en dat zij onomstotelijk bewijs had geleverd met huurovereenkomst, verklaringen en getuigenverklaring.
De Raad oordeelt dat het bewijs van appellante niet overtuigend genoeg is om het wettelijk vermoeden van niet-bewoning te weerleggen. De persoonlijke spullen waren niet zonder meer aan haar toe te schrijven en de financiële documenten en getuigenverklaring boden onvoldoende zekerheid. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van de studiefinanciering bevestigd.