ECLI:NL:RBMNE:2021:6137

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 november 2021
Publicatiedatum
20 december 2021
Zaaknummer
C/16/525685 / FO RK 21-798
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Tussenbeschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:266 lid 1 sub a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging ouderlijk gezag vader en aanhouding verzoek gezagsbeëindiging moeder

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om het ouderlijk gezag van zowel de moeder als de vader over de minderjarige te beëindigen en de gecertificeerde instelling SAVE met de voogdij te belasten. De moeder verzet zich tegen dit verzoek, terwijl de vader geen verweer voerde en niet op de zitting verscheen.

De rechtbank oordeelt dat het gezag van de vader moet worden beëindigd omdat hij zich heeft teruggetrokken uit de opvoeding en verzorging van de minderjarige, wat niet in diens belang is. De aanvaardbare termijn waarbinnen duidelijkheid moet bestaan over de woon- en opvoedsituatie van het kind is verstreken, mede gezien de naderende meerderjarigheid van de minderjarige.

Het verzoek tot beëindiging van het gezag van de moeder wordt aangehouden vanwege nieuwe ontwikkelingen. De minderjarige geeft aan dat het goed met hem gaat en wenst dat zijn halfzus met de voogdij wordt belast in plaats van SAVE. De rechtbank acht het van belang dat deze wensen nader worden onderzocht voordat een beslissing wordt genomen.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor het deel dat het gezag van de vader betreft. De rechtbank stelt een termijn tot 20 december 2021 voor de Raad om te laten weten of het verzoek wordt gehandhaafd, gewijzigd of ingetrokken. De moeder heeft aangegeven geen nieuwe zitting te wensen als het verzoek wordt gehandhaafd.

Uitkomst: Het ouderlijk gezag van de vader wordt beëindigd en het verzoek tot beëindiging van het gezag van de moeder wordt aangehouden voor nader onderzoek.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/525685 / FO RK 21-798
Beëindiging van het ouderlijk gezag
Beschikking van 22 november 2021
in de zaak van:
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, regio Midden-Nederland, hierna: de Raad,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
over de minderjarige:
- [naam minderjarige] , geboren op [2004] in [geboorteplaats] , hierna: [voornaam van minderjarige] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan
[belanghebbende 1], hierna: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[belanghebbende 2], hierna: de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
de gecertificeerde instelling SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND, hierna: SAVE,
gevestigd in [vestigingsplaats] .

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft het volgende stuk ontvangen:
- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 26 juli 2021, binnengekomen bij de rechtbank op 28 juli 2021, dat ziet op de beëindiging van het ouderlijk gezag van vader en de moeder over [voornaam van minderjarige] .
1.2.
Het verzoek is door de meervoudige kamer (drie rechters) besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 22 november 2021. Hierbij waren aanwezig:
  • de minderjarige [voornaam van minderjarige] , die eerst apart is gehoord;
  • de moeder;
  • mevrouw [A] namens de Raad;
  • mevrouw [B] namens SAVE.
1.3.
De vader heeft wel een uitnodiging van de rechtbank gekregen, maar is niet naar de zitting gekomen.

2.Waar gaat het over?

2.1.
De moeder en de vader zijn de ouders van [voornaam van minderjarige] . Zij hebben samen het ouderlijk gezag over [voornaam van minderjarige] . Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over hem nemen, bijvoorbeeld beslissingen over school of medische beslissingen.
2.2.
[voornaam van minderjarige] verblijft in het [.] ( [.] ), [..] van [naam organisatie] .
2.3.
De Raad vraagt de rechtbank nu primair om het gezag van de moeder en de vader te beëindigen en SAVE met de voogdij te belasten. Dat betekent dat SAVE in plaats van de ouders voortaan de belangrijke beslissingen over [voornaam van minderjarige] mag nemen. Subsidiair heeft de Raad ter zitting mondeling verzocht om een ondertoezichtstelling.
2.4.
De moeder is het niet eens met het verzoek van de Raad.
2.5.
De vader heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de Raad.

3.De beoordeling

3.1.
De rechtbank zal verzoek van de Raad gedeeltelijk toewijzen en het gezag van de vader over [voornaam van minderjarige] beëindigen. Het overige deel van het verzoek zal de rechtbank aanhouden. De rechtbank zal hierna uitleggen waarom zij zo beslist.
Gezagsbeëindiging van de vader
3.2.
Volgens de wet kan de rechtbank het gezag van een ouder of van beide ouders beëindigen als het kind opgroeit op een manier waardoor hij ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en er geen zicht is op verbetering binnen een voor het kind aanvaardbare termijn. De aanvaardbare termijn is de periode waarbinnen voor het kind duidelijk moet zijn waar hij zal opgroeien. [1]
3.3.
De rechtbank is van oordeel dat het gezag van de vader moet worden beëindigd. Het is duidelijk dat [voornaam van minderjarige] niet meer bij de vader zal gaan wonen. Na een incident in februari 2021 heeft de vader [voornaam van minderjarige] het huis uit gezet. Sindsdien is er nauwelijks tot geen contact meer tussen de vader en [voornaam van minderjarige] . De vader heeft bij de Raad ook aangegeven dat hij zijn handen van [voornaam van minderjarige] aftrekt en hij heeft ook geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de Raad en hij is niet verschenen bij de mondelinge behandeling. Uit het raadsonderzoek blijkt dat de vader in de weg heeft gestaan aan het regelen van een plek voor [voornaam van minderjarige] in het [.] . Deze situatie vindt de rechtbank niet in het belang van [voornaam van minderjarige] . Er moeten door de ouders beslissingen genomen kunnen worden over [voornaam van minderjarige] en dat lukt niet als de vader zijn handen van [voornaam van minderjarige] heeft afgetrokken en niet meer betrokken is en wil zijn bij zijn leven. Met betrekking tot de aanvaardbare termijn overweegt de rechtbank dat in beginsel de aanvaardbare termijn langer is naarmate een kind ouder is. De tijd die de vader [voornaam van minderjarige] niet meer opvoedt en verzorgt is ‘pas’ negen maanden. Tegelijkertijd vindt de rechtbank hier relevant dat [voornaam van minderjarige] op [2022] meerderjarig wordt, en dat het van groot belang is dat er de komende tijd aan hem de hulp kan worden geboden die noodzakelijk is om die stap naar volwassenheid op een goede manier te zetten. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat de aanvaardbare termijn is verstreken.
De rechtbank zal dan ook het gezag van de vader beëindigen.
De uitvoerbaarheid bij voorraad
3.4.
De rechtbank zal deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
Gezagsbeëindiging van de moeder en voogdij
3.5.
De rechtbank zal het verzoek van de Raad om het gezag van de moeder te beëindigen aanhouden.
3.6.
Het is voor de rechtbank nog onduidelijk of gezagsbeëindiging van de moeder met benoeming van SAVE tot voogd op dit moment in het belang van [voornaam van minderjarige] is. [voornaam van minderjarige] heeft aan de rechtbank verteld dat het nu heel goed met hem gaat. [voornaam van minderjarige] woont in het [.] en het gaat goed op zijn werk en met zijn opleiding. De rechtbank is blij met deze positieve ontwikkeling. Dat is immers het belangrijkst: dat het goed gaat en blijft gaan met [voornaam van minderjarige] . De moeder heeft op de zitting verteld dat zij ook ziet dat het nu goed gaat met [voornaam van minderjarige] . Verder heeft [voornaam van minderjarige] verteld dat hij graag wil dat zijn (half)zus [C (voornaam)] wordt belast met de voogdij over hem. [voornaam van minderjarige] wil in ieder geval niet dat SAVE met de voogdij wordt belast. Dit voelt voor hem als een straf. [voornaam van minderjarige] wil de dingen graag zelf doen, hij wil geen hulp van onbekenden. De moeder vreest ook dat het een negatief effect zal hebben op [voornaam van minderjarige] als SAVE nu wordt belast met de voogdij over hem. De moeder vindt dat zij het eenhoofdig gezag moet hebben over [voornaam van minderjarige] of dat [C (voornaam)] moet worden belast met de voogdij over [voornaam van minderjarige] .
3.7.
Noch de rechtbank, noch de Raad en SAVE waren bekend met deze wens van [voornaam van minderjarige] . Door deze nieuwe ontwikkelingen heeft de Raad ter zitting voorgesteld om de zaak aan te houden voor een periode van vier weken en om aanvullend te onderzoeken of deze ontwikkelingen maken dat de Raad nog steeds vindt dat gezagsbeëindiging van de moeder met benoeming van SAVE tot voogd het meest in het belang van [voornaam van minderjarige] is. De rechtbank vindt dit een goed voorstel. Het is namelijk in het belang van [voornaam van minderjarige] dat het goed blijft gaan met hem. Daarom moet goed onderzocht worden of een gezagsbeëindiging van de moeder op dit moment het meest in zijn belang is. De Raad gaat ook de halfzus van [voornaam van minderjarige] , [C (voornaam)] , betrekken bij het aanvullende onderzoek om te kijken of het in het belang van [voornaam van minderjarige] is dat zij met de voogdij over hem wordt belast. Voor het aanvullend onderzoek is het ook van groot belang dat [voornaam van minderjarige] met de Raad in gesprek gaat, zodat de Raad een goed en volledig onderzoek kan doen. [voornaam van minderjarige] heeft op de zitting gezegd dat hij zijn medewerking aan het gesprek zal verlenen.
3.8.
Kortom, de rechtbank zal het verzoek van de Raad aanhouden voor wat betreft de beëindiging van het gezag van de moeder. Dit betekent dat de moeder op dit moment alleen is belast met het gezag over [voornaam van minderjarige] .
Vervolg van de procedure
3.9.
De rechtbank wil
uiterlijk 20 december 2021van de Raad vernemen of hij zijn verzoek handhaaft, wijzigt of intrekt. Indien de Raad langer de tijd nodig heeft, verneemt de rechtbank graag de reden daarvoor en hoe lang de Raad nog nodig denkt te hebben.
3.10.
De moeder heeft ter zitting verteld dat zij, als de Raad zijn verzoek handhaaft, niet opnieuw een zitting wenst. Haar mening blijft namelijk hetzelfde. Zij vindt het niet in het belang van [voornaam van minderjarige] als SAVE wordt belast met de voogdij over hem.
3.11.
Indien de Raad zijn verzoek handhaaft, zal de rechtbank zonder zitting een beslissing nemen op het verzoek van de Raad, waarbij alles wat op des zitting is besproken ook wordt meegewogen in de beslissing. Voordat de rechtbank een beslissing zal nemen, zal de rechtbank de moeder in de gelegenheid stellen om binnen veertien dagen na ontvangst van het bericht van de Raad de rechtbank informeren als zij zich nog nader wil uitlaten over het verzoek.
Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daarbij de begrippen uit de wet.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
beëindigt het ouderlijk gezag van de vader over [voornaam van minderjarige] ;
4.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.3.
houdt het overig of anders verzochte aan tot
20 december 2021in afwachting van berichtgeving van de Raad of hij zijn verzoek handhaaft, wijzigt of intrekt.
Dit is de uitspraak (beschikking) van (kinder)rechters mr. M.W.V. van Duursen (voorzitter), mr. T. Dopheide , en mr. N.J.W.G. Simons, tot stand gekomen in samenwerking met mr. S. Clement, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 november 2021 en schriftelijk uitgewerkt op 4 december 2021.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Voetnoten

1.Artikel 1:266 lid 1 sub Pro a, van het Burgerlijk Wetboek (BW).