ECLI:NL:RBMNE:2021:6303
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen schorsing rijbewijs wegens geestelijke geschiktheid
Verzoeker, een vrachtwagenchauffeur, is op 5 oktober 2021 staande gehouden door de politie vanwege vermoedelijk handheld bellen tijdens het rijden. De politie meldde aan het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) dat verzoeker mogelijk geestelijk niet goed functioneert, waarna de geldigheid van zijn rijbewijs werd geschorst en een medisch onderzoek werd opgelegd.
Verzoeker maakte bezwaar tegen de schorsing en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de schorsing op te heffen. Hij betoogde dat de schorsing niet op een proces-verbaal of mutatierapport was gebaseerd, maar slechts op een mededeling van de politie, en dat er onvoldoende aanwijzingen waren voor een geestelijke aandoening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de mededeling van de politie voldoende grondslag bood voor het besluit tot schorsing. Het gedrag van verzoeker tijdens de staandehouding, waaronder agressief en afwijkend gedrag, gecombineerd met een eerder incident in 2018, vormde een duidelijke aanwijzing dat verzoeker mogelijk geestelijke problemen heeft die de verkeersveiligheid in gevaar brengen.
De voorzieningenrechter stelde dat het medisch onderzoek moet uitwijzen of deze aanwijzingen juist zijn, maar dat de voorlopige schorsing terecht is. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. De uitspraak bindt niet in een eventueel bodemgeding en er is geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de schorsing van het rijbewijs wordt afgewezen.