ECLI:NL:RVS:2018:477
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing rijbewijs na black-out en opgelegd geschiktheidsonderzoek
Op 24 mei 2016 veroorzaakte appellant een aanrijding waarbij zij een geparkeerde auto, een fietsenrek en fietsen raakte. De politie meldde aan het CBR dat er sprake was van een vermoeden van onvoldoende rijvaardigheid en lichamelijke of geestelijke geschiktheid, mede vanwege een black-out die appellant zelf had aangegeven.
Het CBR legde daarop een onderzoek naar de geschiktheid op en schorste de geldigheid van het rijbewijs. Hoewel het medisch onderzoek later uitwees dat appellant geschikt was om te rijden, oordeelde de rechtbank dat de black-out voldoende aanwijzing vormde om de schorsing te rechtvaardigen. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte zonder medisch deskundigenonderzoek tot die conclusie kwam.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat artikel 5 van Pro de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 niet vereist dat een aandoening objectief door een medisch deskundige wordt vastgesteld, tenzij twijfel bestaat over de aanwijzingen. De verklaring van appellant over de black-out vormde voldoende grondslag voor het CBR om de schorsing op te leggen zonder nader medisch onderzoek.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De schorsing van het rijbewijs en het opgelegde geschiktheidsonderzoek worden bevestigd.