Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding met producties (12)
- het “overzicht relevante feiten en omstandigheden” met producties (15) van [gedaagde] CV.
Rechtbank Midden-Nederland
De werknemer trad sinds 2016 in dienst en had een concurrentiebeding dat hem verbood binnen Nederland voor concurrerende ondernemingen te werken gedurende een jaar na beëindiging van het dienstverband. Na een functiewijziging in 2020 stelde de werknemer dat het beding opnieuw had moeten worden overeengekomen, wat de werkgever betwistte.
De werknemer nam een nieuwe functie aan bij een concurrerend bedrijf en vorderde in kort geding schorsing van het concurrentiebeding en een vergoeding. De kantonrechter oordeelde dat het concurrentiebeding rechtsgeldig en toepasselijk bleef, omdat de functiewijziging onvoldoende onderbouwd was en het beding duidelijk was geformuleerd.
Verder werd vastgesteld dat de nieuwe functie en de oude werkzaamheden verband hielden en dat de werkgever een zwaarwegend belang had bij bescherming van haar bedrijfsdebiet, waaronder marketingstrategieën. De werknemer kon onvoldoende aantonen dat hij onbillijk werd benadeeld of dat hij geen alternatieve werkzaamheden kon vinden.
De vorderingen werden daarom afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten. Dit vonnis is een voorlopig oordeel en geen definitieve beslissing over het geschil.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van het concurrentiebeding en betaling van vergoeding wordt afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.