ECLI:NL:RBMNE:2021:6680
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen toepassing artikel 4:6 Awb bij zorgovereenkomst
Eiseres heeft namens betrokkene twee aanvragen ingediend voor goedkeuring van een zorgovereenkomst met zorgverlener. De eerste aanvraag werd afgewezen wegens administratieve onjuistheden. De tweede aanvraag werd eveneens afgewezen door verweerder op grond van artikel 4:6 van Pro de Awb, omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd.
De rechtbank oordeelt dat de tweede aanvraag een herhaalde aanvraag is en dat eiseres hetzelfde rechtsgevolg nastreeft als bij de eerste aanvraag. De gewijzigde vergoeding in de tweede zorgovereenkomst leidt niet tot een ander rechtsgevolg. De ingediende facturen en urenregistraties betreffen de verantwoording van het persoonsgebonden budget en zijn geen nieuwe feiten.
Verder is niet gebleken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden die de tweede aanvraag rechtvaardigen. Het standpunt van eiseres dat toepassing van artikel 4:6 Awb Pro willekeurig is, wordt verworpen. Ook is de afwijzing niet evident onredelijk, aangezien eiseres zelf de zorg heeft ingekocht zonder goedkeuring, waardoor zij het risico draagt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de tweede aanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.