Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
gevangenisstrafvan
30 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van
6 maandenvoorwaardelijk met een proeftijd van
4 jaren, met als bijzondere voorwaarden meldplicht en ambulante behandeling.
de vrijheidsbeperkende maatregel) voor de duur van 5 jaren op te leggen en te bevelen dat verdachte
locatieverbod);
contactverbod).
gevangenisstrafvan
30 maanden, waarvan een
proeftijdwordt daarbij vastgesteld op
4 jaar.
vrijheidsbenemende maatregel.
dadelijk uitvoerbaarzijn.
(locatieverbod)
(contactverbod).
5 jaren.
dadelijk uitvoerbaaris. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal begaan en zich belastend zal gedragen jegens het slachtoffer.
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van het voorarrest;
een gedeelte van 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
een proeftijd van 4 (vier) jarenvast;
(meldplicht)
(ambulante behandeling)
(verbod werken met minderjarigen);
toezichtte houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
dadelijk uitvoerbaarzijn;
- legt aan verdachte op de
- beveelt dat verdachte
(locatieverbod)
(contactverbod);
- beveelt dat het toezicht op het locatieverbod en het contactverbod plaatsvindt door de politie;
- beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel
7 dagen hechtenis, met een
maximum van zes maanden;
- wijst de vordering van [slachtoffer]
- wijst de vordering voor wat betreft het meer gevorderde
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 juli 2020 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 10.083,30 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 juli 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 85 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.