Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGINGEN
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
probeerdete duwen, en dat het geen pijn deed. In het proces-verbaal van bevindingen dat [politiemedewerker 5] heeft opgemaakt, heeft hij verklaard dat de hand van verdachte zijn gezicht raakte en dat hij voelde dat die hand niet droog was. Als al sprake is van een discrepantie tussen de aangifte en het proces-verbaal van bevindingen van [politiemedewerker 5] , dan is die niet zodanig dat er gerede twijfel bestaat over der vraag of verdachte daadwerkelijk met zijn (vieze) hand het gezicht van [politiemedewerker 5] heeft aangeraakt. Uit de omstandigheid dat [politiemedewerker 5] heeft gevoeld dat de hand van verdachte niet droog was, volgt dat verdachte [politiemedewerker 5] met die hand moet hebben aangeraakt.
5.BEWEZENVERKLARING
primair
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJEN
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
- het bij parketnummer 16/191892-19 onder 1, 2, 3, 4, 5 primair, 6 en 7 tenlastegelegde;
- het bij parketnummer 16/173742-19 onder 1 en 2 tenlastegelegde;
- het bij parketnummer 16/169174-19 tenlastegelegde;
- het bij parketnummer 16/171477-19 onder 1 en 2 tenlastegelegde;
gevangenisstraf van 60 dagen;
31 dagen, nietzal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [politiemedewerker 1] aan de Staat € 175,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 augustus 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 3 dagen gijzeling;