Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 maart 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Inleiding
Het geschil
Beoordeling van het geschil
erziening van de uitkering
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft een WW-uitkering aangevraagd na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst. Het UWV heeft de uitkering toegekend, maar later herzien en teruggevorderd wegens het niet melden van zijn aandeelhouderschap en werkzaamheden als zelfstandige.
De rechtbank oordeelt dat eiser de inlichtingenplicht heeft geschonden door niet te melden dat hij bestuurder en aandeelhouder was van een vennootschap en dat hij werkzaamheden verrichtte voor een andere vennootschap. Dit had invloed op zijn recht op WW-uitkering.
Het UWV heeft een onderzoek uitgevoerd en geconcludeerd dat de rechtmatigheid van de uitkering niet kon worden vastgesteld. De rechtbank vindt dat het UWV aan zijn bewijslast heeft voldaan.
Eisers beroep tegen de herziening en terugvordering wordt ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigt dat de uitkering terecht is herzien en dat het teveel betaalde bedrag moet worden teruggevorderd.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en eiser heeft de beroepsgrond omtrent dringende redenen ingetrokken.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van de WW-uitkering bevestigd.