ECLI:NL:RBMNE:2022:1161
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen pgb-hoogte voor scootmobiel op grond van Wmo
Eiser heeft een vervoersvoorziening toegekend gekregen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo), waarbij aanvankelijk een scootmobiel in natura werd aangeboden. Na bezwaar en beroep heeft verweerder het besluit gewijzigd en een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend van €9.325,44, gebaseerd op de huurprijs van een extra geveerde driewiel-scootmobiel uit het kernassortiment.
Eiser is het niet eens met de hoogte van het pgb, omdat hij ook onderhoud, reparaties en verzekering moet betalen. Verweerder stelt dat het pgb is gemaximeerd op de kostprijs van de maatwerkvoorziening in natura, inclusief onderhoud en verzekering, en dat eiser met dit bedrag de benodigde scootmobiel kan aanschaffen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de toegekende voorziening niet passend is.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende onderzoek heeft gedaan naar een passende en noodzakelijke voorziening en dat de keuze voor een scootmobiel uit het kernassortiment terecht is. De vergelijking van eiser met een duurdere vierwiel-scootmobiel van zijn echtgenote is niet relevant omdat die buiten het kernassortiment valt. Ook de eigen bijdrage beïnvloedt niet de hoogte van het pgb.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De uitspraak is gedaan door rechter J.A. Schuman op 10 februari 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toekenning van een pgb voor een scootmobiel wordt ongegrond verklaard.