ECLI:NL:CRVB:2024:703
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning persoonsgebonden budget voor scootmobiel op grond van WMO 2015
Appellant, geboren in 1953, heeft vanwege mobiliteitsproblemen een aanvraag gedaan voor een extra verende scootmobiel op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (WMO 2015). Het college van burgemeester en wethouders van Dronten kende aanvankelijk een scootmobiel toe in de vorm van zorg in natura, maar wijzigde dit later in een persoonsgebonden budget (pgb) van €9.325,44 voor een periode van zes jaar.
Appellant stelde dat dit bedrag onvoldoende was om naast de aanschafkosten ook de onderhouds-, verzekerings- en reparatiekosten van de scootmobiel te dekken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het college voldoende had gemotiveerd dat appellant recht had op een scootmobiel van categorie 9B, en dat de hoogte van het pgb mocht worden afgestemd op de kosten die het college zou maken bij levering in natura. Uit de overgelegde gegevens bleek dat de totale kosten voor zes jaar ongeveer €7.502,40 zouden bedragen, terwijl appellant feitelijk een hoger bedrag van €9.325,44 had ontvangen.
Appellant kon niet aannemelijk maken dat het college een hoger bedrag verschuldigd was. De Raad concludeerde dat appellant met het toegekende pgb niet tekort was gedaan en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De toekenning van het persoonsgebonden budget van €9.325,44 voor zes jaar wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.