ECLI:NL:RBMNE:2022:1162
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing overbruggingsuitkering AOW wegens niet voldoen aan voorwaarden lijfrente
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een overbruggingsuitkering AOW vanwege de verhoging van de AOW-leeftijd, waarbij hij aanspraak maakte op een overbrugging met lijfrente-uitkeringen die hij had afgesloten. De Sociale Verzekeringsbank wees de aanvraag af omdat de lijfrentes niet voldeden aan de voorwaarden van de Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW (OBR).
De rechtbank overwoog dat de lijfrente van Achmea niet voldoet aan de eis dat de uitkering moet zijn ingegaan vóór 1 januari 2013, zoals vereist in artikel 4 van Pro de OBR. De lijfrente van Nationale Nederlanden voldeed niet aan de voorwaarde dat de uitkering een overbrugging moet vormen tussen het stoppen met werken en het bereiken van de AOW-leeftijd, omdat eiser al in 2007 was gestopt met werken en de lijfrente pas vanaf 2012 werd uitgekeerd.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin particuliere regelingen gelijkgesteld kunnen worden aan rechtgevende uitkeringen, mits zij een overbrugging vormen tussen het stoppen met werken en de AOW-leeftijd. Dit was in deze zaak niet het geval. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de overbruggingsuitkering AOW wordt ongegrond verklaard.