Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zaaknummer 21/4368
Liefjes Weesp B.V.beiden gevestigd te Den Haag,
Kiwo Holding B.V.gevestigd te Amsterdam en
Staart Holdinggevestigd te Vreeland, (samen: verzoekers 1)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder
2 [derde-partij 2] B.V.,te [vestigingsplaats] (derde-partij 2)(gemachtigde mr. J. Poortvliet)
Liefjes Weesp B.V., gevestigd te Den Haag,
2 [derde-partij 2] B.V,gevestigd in [vestigingsplaats] (gemachtigde mr. J. Poortvliet)
1) Megagoed II B.V., gevestigd te Weesp,
2.Liefjes Weesp B.V., gevestigd te Den Haag,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam verweerder
Inleiding
°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ook moeten betrekken bij de besluitvorming. Verzoekers 1 verwijzen ter onderbouwing van hun standpunt naar de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 3 maart 2021. [2]
°, van de Wabo in combinatie met artikel 4, negende lid, van bijlage II, van het Besluit omgevingsrecht wilde afwijken van het bestemmingsplan voor de vestiging van het kinderdagverblijf.
°, van de Wabo of anders artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3
°, van de Wabo mogelijk was (‘doortoetsen’). De Afdeling oordeelt in hoger beroep echter dat het college niet gehouden is om een doortoetsing uit te voeren als het college al heeft geoordeeld dat het initiatief in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Uit deze uitspraak volgt niet dat het college een rangorde moet volgen bij beoordeling van de vraag of hij toepassing wil geven aan de kruimelgevallenregeling of aan de binnenplanse afwijkingsregeling. De beroepsgrond slaagt niet.
Schending hoor en wederhoor
Beslissing
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
- schorst het besluit van 24 januari 2022 tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 360,- aan Megagoed II B.V. en aan Liefjes Weesp B.V. te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van € 1.518,- van Megagoed II B.V. en € 1.518,- van Liefjes Weesp B.V. tot een bedrag van in totaal € 3.036,-.