ECLI:NL:RBMNE:2022:1323
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering Ziektewet-uitkering per 1 juni 2011
Eiser heeft zich met terugwerkende kracht per 1 juni 2011 ziek gemeld voor zijn arbeid en verzocht om een Ziektewet-uitkering. Verweerder heeft dit geweigerd op basis van rapporten van verzekeringsartsen die concludeerden dat eiser op die datum niet ongeschikt was voor arbeid. Eiser voerde aan dat hij al lange tijd geleden psychische aandoeningen had en dat hij ongeschikt was, gesteund op eerdere uitspraken van de Centrale Raad van Beroep.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat onvoldoende medische onderbouwing bestaat om eiser per 1 juni 2011 arbeidsongeschikt te achten. De verzekeringsartsen hebben zorgvuldig onderzoek gedaan en erkenden de aandoeningen, maar zagen geen medische aanwijzingen voor ongeschiktheid op die datum. Eiser heeft geen objectiveerbare medische stukken overgelegd die zijn stelling ondersteunen.
Verder heeft de rechtbank vastgesteld dat uit de dossierstukken en de gedragingen van eiser blijkt dat hij op 1 juni 2011 in staat was zijn arbeid te verrichten. Ook het verzoek van eiser om informatie bij zijn huisarts op te vragen is ongegrond, omdat het risico van een laattijdige ziekmelding bij de aanvrager ligt.
Ten slotte acht de rechtbank het bestreden besluit niet onrechtmatig en wijst de schadevergoeding die eiser claimt af. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de Ziektewet-uitkering per 1 juni 2011 wordt ongegrond verklaard.