ECLI:NL:RBMNE:2022:1487
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen afwijzing bijzondere bijstand voor baby-uitzet wegens motiveringsgebrek
Eiser heeft een aanvraag voor bijzondere bijstand voor een baby-uitzet ingediend, welke door verweerder is afgewezen. Na bezwaar werd dit besluit gehandhaafd. Eiser stelde beroep in tegen dit bestreden besluit. De rechtbank behandelde het beroep en constateerde in een tussenuitspraak dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de hardheidsclausule niet van toepassing was, wat in strijd was met het motiveringsbeginsel.
Verweerder kreeg de gelegenheid dit gebrek te herstellen en diende een aanvullende motivering in. De rechtbank oordeelde dat verweerder hiermee het motiveringsgebrek had hersteld, maar dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de Participatiewet.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege het motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat het gebrek was hersteld. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. Het beroep werd daarmee gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd, waarbij de rechtsgevolgen in stand blijven.