ECLI:NL:RBMNE:2022:1580
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Handhaving na intrekking vergunningen biovergistings- en biogasinstallatie ondanks bezwaren bedrijf
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht trok op 23 juni 2020 zes vergunningen van het bedrijf in en weigerde twee nieuwe aanvragen. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar de rechtsgevolgen bleven van kracht. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep van het bedrijf ongegrond, waardoor het bedrijf geen vergunningen meer heeft voor biogasproductie.
Na constatering dat het bedrijf de activiteiten niet staakte, legde het college op 7 april 2022 last onder dwangsom op om de overtreding te beëindigen. Het bedrijf maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde dit op 20 april 2022.
De rechter oordeelde dat er geen concreet zicht is op legalisatie van de activiteiten, mede vanwege onzekerheden rondom de nieuwe vergunningaanvraag en de Bibob-toets. Handhaving is niet onevenredig, ondanks het faillissementsrisico, omdat het belang van een veilige en legale productie zwaarder weegt. De begunstigingstermijn voor het staken van grondstofontvangst werd verlengd tot 26 april 2022 om het bedrijf tijd te geven leveranciers te informeren.
De rechter zag geen reden om aan de rechtmatigheid van het besluit te twijfelen en wees het verzoek om verdere schorsing af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om schorsing van het handhavingsbesluit wordt afgewezen, met verlenging van de begunstigingstermijn tot 26 april 2022.