ECLI:NL:RVS:2022:511
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- J.TH. Drop
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en weigering omgevingsvergunning wegens ernstig gevaar op strafbare feiten
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht heeft op 23 juni 2020 vergunningen van appellante ingetrokken en geweigerd om nieuwe vergunningen te verlenen voor haar inrichting en bouwactiviteiten. Dit besluit was gebaseerd op een advies van het Landelijk Bureau Bibob en het vermoeden dat de vergunningen mede zouden worden gebruikt om strafbare feiten te plegen en voordelen uit deze feiten te benutten.
De rechtbank Midden-Nederland heeft het beroep van appellante tegen dit besluit gegrond verklaard, het besluit vernietigd maar de rechtsgevolgen in stand gelaten. In hoger beroep heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het besluit van het college bevestigd. De Afdeling oordeelt dat het college terecht een ernstig gevaar heeft vastgesteld op grond van feiten en omstandigheden, waaronder overtredingen van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Meststoffenwet, valsheid in geschrifte en deelname aan een criminele organisatie.
Appellante voerde onder meer aan dat het college niet deskundig was om de strafrechtelijke feiten te beoordelen en dat de belangenafweging onzorgvuldig was. De Afdeling verwierp deze bezwaren en oordeelde dat het college een zelfstandig en zorgvuldig onderzoek heeft verricht, dat de belangenafweging proportioneel is en dat het besluit niet als een strafbeschikking in de zin van het EVRM moet worden aangemerkt. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en weigering van vergunningen wordt bevestigd.