ECLI:NL:RBMNE:2020:5221
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over weigering en intrekking omgevingsvergunningen op grond van Wet Bibob wegens ernstig gevaar
Eiseres, een familiebedrijf actief in visverwerking en groen gasproductie, diende meerdere aanvragen in voor omgevingsvergunningen. Het college van Gedeputeerde Staten (GS) van Utrecht weigerde deze vergunningen en trok eerder verleende vergunningen in op basis van een advies van het Landelijk Bureau Bibob (LBB) dat ernstig gevaar constateerde dat de vergunningen zouden worden gebruikt voor het benutten van voordelen uit strafbare feiten en het plegen van strafbare feiten.
De rechtbank bevestigde dat het college op zorgvuldige wijze het Bibob-advies mocht volgen en dat er voldoende feiten en omstandigheden waren die ernstig gevaar aannemelijk maakten, waaronder overtredingen van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr), de Meststoffenwet, en deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank verwierp het verweer van eiseres dat de onschuldpresumptie was geschonden.
Echter, de rechtbank constateerde dat het college onvoldoende inzichtelijk had gemaakt welke belangen concreet waren afgewogen, zoals de gevolgen voor het bedrijf, personeel en de energietransitie. Hierdoor was sprake van een motiveringsgebrek in de belangenafweging. De rechtbank gaf het college acht weken de tijd om dit gebrek te herstellen en bepaalde dat het geding zich daarna beperkt tot deze belangenafweging. Tot slot bleef de schorsing van het bestreden besluit van kracht tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank wijst het college van GS de gelegenheid toe om de belangenafweging te herstellen binnen acht weken, waarna een einduitspraak volgt.