ECLI:NL:RBMNE:2022:1770
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning te Bussum voor belastingjaar 2021
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een woning in Bussum, vastgesteld op €442.000 voor het belastingjaar 2021 met waardepeildatum 1 januari 2020. Eiser stelde dat de waarde te hoog was en pleitte voor een lagere waarde van €364.000. Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente, handhaafde de vastgestelde waarde en onderbouwde dit met een taxatiematrix en toelichting.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende inzicht had gegeven in de gehanteerde indexeringspercentages en correcties met betrekking tot KOUDV- en liggingsfactoren. Ook waren de objectonderdelen en waardes daarvan in de taxatiematrix inzichtelijk gemaakt. De rechtbank verwierp het betoog van eiser dat de referentiewoningen een lagere waarde zouden rechtvaardigen, mede omdat correcties op de referentiewoningen adequaat waren toegepast.
Een referentiewoning met een afwijkende inhoud werd buiten beschouwing gelaten vanwege onvoldoende onderbouwing van correcties. De overige referentiewoningen boden voldoende steun voor de vastgestelde waarde. De rechtbank concludeerde dat de waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €442.000 wordt ongegrond verklaard.