Eiseres stelde beroep in tegen een besluit van het UWV waarin aan een ex-werkneemster een loongerelateerde WGA-uitkering werd toegekend. Dit besluit werd later ingetrokken en vervangen door een gewijzigd besluit waarin de ex-werkneemster recht kreeg op een IVA-uitkering, hetgeen overeenkwam met de wens van eiseres.
De rechtbank oordeelde dat het oorspronkelijke besluit juridisch niet meer bestaat en dat eiseres geen procesbelang meer heeft bij de behandeling van het beroep tegen dit besluit. Ook het beroep tegen het gewijzigde besluit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseres slechts uit principe een beoordeling van de arbeidsongeschiktheid wenste, wat onvoldoende is voor procesbelang.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, waaronder kosten voor rechtsbijstand en een ingeschakelde deskundige, alsmede het griffierecht. De uitspraak kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Centrale Raad van Beroep.