ECLI:NL:CRVB:2022:422
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- L.M. Tobé
- D.S. de Vries
- M.A.H. van Dalen-Bekkum
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij bezwaar jeugdhulp
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Maastricht dat jeugdhulp in de vorm van pleegzorg aan haar dochter verleende. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellante geen procesbelang had, aangezien de pleegzorgperiode was verstreken en niet kon worden teruggedraaid.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij belang had bij een inhoudelijke beoordeling om het contact met haar dochter te herstellen, de beeldvorming over haar te corrigeren en vanwege geleden schade.
De Raad overwoog dat procesbelang vereist is voor ontvankelijkheid en dat een louter formeel of principieel belang onvoldoende is. Het herstel van contact met haar dochter kon niet worden bereikt via deze procedure. Ook was niet aannemelijk dat de besluitvorming schadelijk was voor appellante of dat beeldvorming een rol speelde bij de jeugdhulpverlening. Bovendien was er een gerechtelijk contactverbod opgelegd aan appellante.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang en wees de proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.