Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Procesverloop
- [adres 1] € 257.000,- (UTR 21/2905); en
- [adres 2] € 249.000,- (UTR 21/2972).
- [adres 1] € 272.000,- (UTR 21/2992); en
- [adres 2] € 264.000,- (UTR 21/2904).
Overwegingen
m2-prijzen van de woningen van eiser (€ 968,- en € 988,-) ruim onder die van de referentieobjecten (€ 2.059,-, € 2.796,-, € 2.947,- en € 4.005,-) liggen. Naast dit grote verschil in m2-prijzen, heeft verweerder ook nog eens een extra aftrek toegepast van ruim 41% bij nr. [adres 2] en 40% bij nr. [adres 1] vanwege de bodemverontreiniging. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat, zelfs al zouden de referentieobjecten niet in dezelfde mate verontreinigd zijn als de woningen van eiser, verweerder alsnog aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarden niet te hoog zijn.
Beslissing
- verklaart het beroep voor zover het ziet op de aanslag rioolheffing niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond.