Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juni 2022 in de zaak tussen
[eiser 1] ,
college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder, verweerder
[derde-partij], de vergunninghouder.
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder om een omgevingsvergunning te verlenen voor de huisvesting van 20 arbeidsmigranten op een perceel. Het college had de vergunning verleend met toepassing van de kruimelgevallenregeling, ondanks een negatief advies van de adviescommissie voor bezwaarschriften.
Eisers stelden dat het college procedurefouten had gemaakt door niet inhoudelijk op hun bezwaren in te gaan en dat het college onzorgvuldig had gehandeld door zich pas op de dag van de hoorzitting op het standpunt te stellen dat een spuitzonerapport niet nodig was. Daarnaast voerden zij aan dat de locatie geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat bood vanwege het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op het aangrenzende perceel.
De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was om van het advies van de adviescommissie af te wijken zonder een nieuwe hoorzitting te houden en dat eisers voldoende gelegenheid hadden gehad om te reageren op het standpunt over het spuitzonerapport. Het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel faalde omdat de ingeroepen norm niet bedoeld is ter bescherming van de belangen van eisers, waardoor niet aan het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a Awb was voldaan.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor huisvesting van arbeidsmigranten wordt ongegrond verklaard en het college mag het besluit handhaven.