ECLI:NL:RVS:2018:2081
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Rijnpark Koudekerk aan den Rijn wegens strijd met Awb en Wet geluidhinder
Bij besluit van 15 december 2016 stelde de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn het bestemmingsplan "Rijnpark, Koudekerk aan den Rijn" vast. Diverse appellanten, waaronder Latexfalt B.V., Stichting Hoogewaard Bedrijvig en andere, alsmede individuele bewoners en bedrijven, stelden beroep in tegen het plan. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde deze beroepen en deed uitspraak op 27 juni 2018.
Latexfalt betoogde onder meer dat het plan onzorgvuldig was voorbereid, met onjuiste geurcontouren en strijd met de Wet geluidhinder. De Afdeling oordeelde dat het plan op onderdelen in strijd is met artikel 3:2 en Pro 4:84 van de Awb en artikel 76 van Pro de Wet geluidhinder. Ook werden motiveringsgebreken vastgesteld ten aanzien van de wijzigingsbevoegdheid voor het bitumenemulsiebedrijf van Latexfalt. Daarnaast werd geoordeeld dat het plan de uitbreidingsmogelijkheden van Latexfalt niet onevenredig beperkt, maar dat de raad onvoldoende rekening hield met geurbelasting en acceptabel hinderniveau.
Hoogewaard en andere voerden aan dat het plan wezenlijk was gewijzigd en dat samenhang met het bedrijventerrein onvoldoende was onderzocht. De Afdeling verwierp deze bezwaren, maar stelde vast dat het plan in strijd is met artikel 76 van Pro de Wet geluidhinder vanwege het ontbreken van een juiste hogere grenswaarde voor geluid.
[Appellant sub 3] richtte zich tegen de toegestane bouwhoogten, het ontbreken van een wijzigingsbevoegdheid voor agrarische gronden en de uitvoerbaarheid vanwege bodemverontreiniging. De Afdeling vernietigde delen van het plan wegens strijd met artikel 3:2 van Pro de Awb en oordeelde dat de raad onvoldoende had gemotiveerd en voorbereid.
[Appellant sub 4] betoogde onder meer dat de agrarische bestemming onjuist was, dat het plan strijdig was met het rechtszekerheidsbeginsel en dat de ruimtelijke kwaliteit onvoldoende was gewaarborgd. De Afdeling oordeelde dat het plan op onderdelen in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel en dat onvoldoende was gemotiveerd waarom werd afgeweken van richtafstanden en kwaliteitskaarten.
De Afdeling vernietigde het bestemmingsplan voor zover het de genoemde gebreken betrof en gaf de raad opdracht om binnen een gestelde termijn nieuwe besluiten te nemen, zonder dat een volledige nieuwe procedure vereist is.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Rijnpark wordt op onderdelen vernietigd wegens strijd met Awb en Wet geluidhinder; de raad moet nieuwe besluiten nemen.