ECLI:NL:RBMNE:2022:2460
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
WOZ-waarde woning vastgesteld op €300.000 wegens onduidelijkheden in taxatiematrix
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een hoekwoning in [plaats] voor het belastingjaar 2021, waarbij de gemeente de waarde had vastgesteld op €318.000. Eiser stelde dat de waarde €275.000 zou moeten zijn en stelde beroep in na een ongegrond verklaard bezwaar.
De rechtbank beoordeelde de taxatiematrix en de vergelijkingsmethodiek van de gemeente, waarbij werd vastgesteld dat de gebruikte transportdata in plaats van de koopovereenkomstdatum als uitgangspunt voor waardebepaling onjuist was. Daarnaast bleek dat de taxateur de waardes van referentiewoningen had gebaseerd op getaxeerde waardes inclusief verbouwingen na aankoop, wat strijdig is met de Wet WOZ.
De rechtbank vond onvoldoende duidelijkheid over de staat van de referentiewoningen ten tijde van verkoop en de gehanteerde KOUDV-factoren, waardoor de waarde niet aannemelijk kon worden geacht. Eiser had onvoldoende onderbouwing geleverd voor zijn lagere waarde. Daarom stelde de rechtbank de waarde schattenderwijs vast op €300.000 en veroordeelde de gemeente in de proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank stelt de WOZ-waarde van de woning vast op €300.000 en verklaart het beroep gegrond.