ECLI:NL:RBMNE:2022:2464
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak bezwaar WOZ-waarde woning wegens schending verstrekkingstukken
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een woning in een gemeente, vastgesteld op €237.000,- voor het belastingjaar 2021. Eiser betwist deze waarde en vordert een lagere waarde van €175.000,-. Verweerder handhaaft de vastgestelde waarde en heeft stukken zoals een taxatiematrix en taxatierapport overgelegd.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet volledig heeft voldaan aan de verplichting om op verzoek alle op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder de indexatiecijfers, te verstrekken. Dit leidt tot een informatieachterstand bij eiser, waardoor de uitspraak op bezwaar wordt vernietigd wegens schending van artikel 40 Wet Pro WOZ.
Desondanks acht de rechtbank aannemelijk dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld, mede omdat de referentiewoningen vergelijkbaar zijn en de gehanteerde waarderingsmethodiek voldoende onderbouwd is. Daarom blijven de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.