ECLI:NL:RBMNE:2022:2466
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens schending verstrekking stukken WOZ-waarde woning
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een woning aan een adres in een plaats binnen de gemeente. Verweerder stelde de WOZ-waarde vast op €211.000,- voor het belastingjaar 2021. Eiser betwistte deze waarde en vorderde een lagere waarde van €185.000,-. Verweerder weigerde volledige inzage en verstrekking van de op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder de indexatiecijfers.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet heeft voldaan aan zijn verplichting op grond van artikel 40 Wet Pro WOZ om alle relevante stukken te verstrekken, met name inzake de indexatiecijfers. Hierdoor is een informatieachterstand bij eiser ontstaan. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de uitspraak op bezwaar.
Bij de inhoudelijke beoordeling achtte de rechtbank de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog, mede op basis van taxatierapporten en vergelijkingsobjecten, hoewel één referentiewoning niet bruikbaar was vanwege verbouwingen na verkoop. De rechtbank vond dat de gehanteerde vergelijkingsmethode in strijd was met de Wet WOZ, maar de uiteindelijke waarde werd toch aannemelijk geacht.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht en proceskosten. De rechtsgevolgen van de vernietigde uitspraak op bezwaar blijven echter in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending van artikel 40 Wet WOZ en de uitspraak op bezwaar wordt vernietigd, met in stand blijvende rechtsgevolgen.