ECLI:NL:RBMNE:2022:3405
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Weigering toestemming stage beveiliger na veroordeling rijden onder invloed niet in strijd met evenredigheidsbeginsel
Verzoeker volgt een opleiding tot beveiliger en heeft toestemming nodig van de korpschef om stage te lopen. Na een veroordeling voor rijden onder invloed in november 2020, waarbij hij een geldboete kreeg opgelegd, weigerde de korpschef op grond van beleidsregels toestemming voor de stage. Verzoeker stelde dat de terugkijktermijn van vier jaar in de beleidsregels onevenredig is en dat er meer factoren meegewogen moeten worden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de korpschef binnen zijn beleidsruimte de terugkijktermijn van vier jaar mag hanteren, mede gezien de ernst van het misdrijf en het belang van de beveiligingsbranche. Hoewel verzoeker stelde dat hij nooit meer alcohol drinkt en geen recidive zal plegen, vond de rechter dat dit onvoldoende is om af te wijken van de beleidsregels.
Daarnaast stelde de voorzieningenrechter vast dat het evenredigheidsbeginsel niet contra legem toegepast kan worden op de dwingende wettelijke bepaling in de Wpbr die weigering voorschrijft bij onvoldoende betrouwbaarheid. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.