De stichting verzocht het college op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om informatie over panden in de gemeente die aan studenten worden verhuurd, inclusief omzettingsvergunningen en overlastmeldingen. Het college verstrekte overzichten van omzettingsvergunningen vanaf 2012 en bijbehorende overlastmeldingen.
De stichting betoogde dat er meer documenten moeten zijn, dat de zoekslag onvoldoende was en dat ook oudere gegevens vanaf 1996 en actuele gegevens over gebruik van panden voor kamerbewoning openbaar gemaakt hadden moeten worden. De rechtbank oordeelde dat het college geen aparte registratie bijhoudt van panden die door studenten worden bewoond en dat de Wob niet verplicht tot het vervaardigen van nieuwe documenten.
De rechtbank vond de uitleg van het college over het digitale systeem en het handmatig nalopen van oudere gegevens aannemelijk. Ook was het niet onredelijk dat het college geen inzicht gaf in panden die niet meer voor kamerbewoning worden gebruikt. De door de stichting overgelegde lijst met omgevingsvergunningen verklaarde de rechtbank als niet strijdig met de lijsten van het college.
De rechtbank concludeerde dat de zoekslagen van het college voldoende waren en dat de stichting onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er meer documenten berusten bij het college. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het college hoefde geen verdere zoekslagen te doen.