ECLI:NL:RVS:2020:381
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A. Kuijer
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over gedeeltelijke openbaarmaking Wob-verzoek inzake toevoegingenbeleid en advocatengegevens
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam over een Wob-verzoek gericht op informatie over het toevoegingenbeleid en de organisatie van de raad voor rechtsbijstand. De raad had het verzoek gedeeltelijk ingewilligd en deels geweigerd vanwege bescherming van de persoonlijke levenssfeer van advocaten.
De rechtbank had het bezwaar tegen het besluit van de raad gegrond verklaard en het besluit vernietigd, waarna de raad een nieuw besluit nam en zes documenten gedeeltelijk openbaarde. De rechtbank oordeelde vervolgens dat het nieuwe besluit rechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de rechtbank hem ten onrechte niet in de gelegenheid stelde mondeling te reageren en dat de raad contact had moeten opnemen om het verzoek te preciseren. Deze procesrechtelijke bezwaren werden verworpen. Ook werd geoordeeld dat de raad terecht bepaalde gegevens had afgeschermd om de persoonlijke levenssfeer van advocaten te beschermen, en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat meer documenten onder de raad berusten.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.