ECLI:NL:RBMNE:2022:4135
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens gevaar voor openbare orde en onvoldoende rehabilitatietermijn
Eiser heeft een verzoek ingediend tot verlening van het Nederlanderschap, dat door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen op grond van ernstige vermoedens dat eiser een gevaar vormt voor de openbare orde. Dit is gebaseerd op een veroordeling van eiser op 14 juli 2020 wegens handelen in strijd met artikel 9, zevende lid van de Wegenverkeerswet, waarvoor een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf zijn opgelegd.
Eiser stelde dat bijzondere omstandigheden, waaronder zijn medische situatie als hartpatiënt en de impact van een steekincident in het verleden, aanleiding zouden moeten zijn om van het beleid af te wijken. De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden door verweerder zijn meegewogen en dat eiser deze niet voldoende heeft onderbouwd om af te wijken van het beleid. Tevens is de rehabilitatietermijn van vijf jaar niet verstreken, waardoor het verzoek in beginsel moet worden afgewezen.
De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie en het beleid in de Handleiding Rijkswet Nederlanderschap, waarin wordt bepaald dat bij het ontbreken van bijzondere omstandigheden en het niet voldoen aan de rehabilitatietermijn het verzoek moet worden afgewezen. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat eiser na afloop van de rehabilitatietermijn opnieuw een verzoek kan indienen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek is ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden en het niet voldoen aan de rehabilitatietermijn.