ECLI:NL:RBMNE:2022:4164
Rechtbank Midden-Nederland
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat UWV bevoegd is vordering kwijt te schelden ondanks 50%-regel
In deze bestuursrechtelijke zaak verzoekt eiseres het UWV om kwijtschelding van een terugvordering van €30.724,88 wegens schending van haar inlichtingenplicht over de periode 2003-2010. Het UWV wees het verzoek af op grond van artikel 4.1.2 van de Beleidsregel terug- en invordering, waarin wordt gesteld dat eerst 50% van de vordering moet zijn afgelost.
De rechtbank stelt echter vast dat deze beleidsregel niet van toepassing is op het verzoek van eiseres, omdat de bevoegdheid tot kwijtschelding in dit geval voortvloeit uit artikel 20 van Pro de Toeslagenwet. Eiseres voldoet aan de voorwaarde dat zij al meer dan tien jaar aan haar betalingsverplichtingen voldoet. De rechtbank wijkt hiermee af van eerdere jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.
De rechtbank oordeelt dat het UWV onzorgvuldig heeft gehandeld door niet te erkennen dat het bevoegd is tot kwijtschelding en dat het nog geen beslissing heeft genomen over het gebruik van die bevoegdheid. Daarom wordt het UWV in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het de persoonlijke omstandigheden van eiseres, zoals haar financiële situatie en gezondheidsproblemen, moet betrekken.
De rechtbank houdt verdere beslissingen aan en wijst erop dat tegen deze tussenuitspraak geen hoger beroep mogelijk is, maar dat hoger beroep gelijktijdig met de einduitspraak kan worden ingesteld.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat het UWV bevoegd is de vordering kwijt te schelden en geeft het UWV de gelegenheid dit te heroverwegen binnen zes weken.